Pages Navigation Menu

Pascale Hans Magazine

Interview Arie Hartog, directeur Gerhard-Marcks-Haus in Bremen

Interview Arie Hartog, directeur Gerhard-Marcks-Haus in Bremen

Dr. Arie Hartog (1963) is directeur van het Gerhard-Marcks-Haus in Bremen. Ook wel hèt Beeldhouwmuseum van het Noorden in Duitsland genoemd. Arie Hartog studeerde kunstgeschiedenis aan de universiteit van Nijmegen en heeft later in Nijmegen aan die universiteit gewerkt. Zijn specialisatie op onderzoeksgebied ligt op de geschiedenis van de beeldhouwkunst van de twintigste eeuw. Hij woont en werkt al jaren in Bremen en is sinds 2009 directeur van het museum.

Veel Nederlanders hebben wel eens van de Bremer Stadsmuzikanten gehoord dat een sprookje van de gebroeders Grimm is en over vier onmuzikale dieren gaat. De beeldhouwer Gerhard Marcks maakte in 1953 een bronzen beeld met de vier dieren. Eerst de ezel, op zijn rug de hond, daarop de kat en bovenop de haan. Het beeld staat bij het stadhuis in Bremen en is wereldberoemd.

Hoe ziet de museumwereld er in Duitsland uit en hoe is het om als Nederlander directeur van een Duits museum te zijn?
Arie HartogArie Hartog in der Ausstellung George Minne, Ein Anfang der Moderne, 2014

1. Sinds wanneer woont u in Duitsland?
1996

2. Moest u veel tijd in de Duitse taal investeren op uw vakgebied?
Ja en nee. Met mijn grootouders van moeders zijde heb ik altijd Duits gesproken. Niet echt goed (Oostenrijks, ze waren erg tolerant als het om de naamvallen ging), maar je steekt er toch veel van op. Na mijn universitaire studie heb ik toen een opleiding tolk-vertaler gedaan – en alle regeltjes geleerd. Ik moet vrij veel schrijven en hoewel ik zeker beter word, laat ik iedere tekst door collega’s controleren, wat dan weer betekent dat die altijd weten wat hun directeur uitvreet.

3. Wat is de grootste uitdaging in uw werk in Duitsland?
Het Gerhard-Marcks-Haus in Bremen is een relatief klein, erg professioneel museum met een bijzondere specialiteit (beeldhouwkunst). Het gaat er om mensen van de zin van ons werk te overtuigen.

4. Hoeveel tentoonstellingen zijn er ongeveer per jaar in het Gerhard-Marcks-Haus?
Alles bij elkaar 14

5. Wat is het grootste verschil tussen een Nederlands en Duits museum?
Musea in Duitsland hoeven zich (nog) niet tegen populistische druk te verdedigen, die in Nederland deel van de politieke mainstream is geworden. Wij zijn geen ‘hobby’. Iedereen begrijpt dat we hard werken en een kostbare (niet eenvoudig meetbare) bijdrage aan de samenleving leveren en dat wordt politiek en maatschappelijk gehonoreerd.

6. Wat heeft u doen kiezen voor de beeldhouwkunst?
Prachtig medium, dat veel te weinig aandacht krijgt.

7. Welke tentoonstelling was uw grootste succes?
Wat is een succes? Een succes is een tentoonstelling die mensen verandert, waar ze zich ook na een lange tijd nog aan kunnen herinneren. Of is een succes een tentoonstelling waar ik veel van geleerd heb, of een tentoonstelling die een bijzondere uitdaging was? De slechtst bezochte tentoonstelling in ons museum (Bruno Gironcoli) was tegelijkertijd de enige waarvoor mensen in andere werelddelen in het vliegtuig zijn gestapt om hem hier in Bremen te zien.

8. Hebben mensen nog geduld in deze snelle tijd om een museum te bezoeken en zo ja waarom?
Ja, maar geduld moet je leren. Het is misschien even wennen, maar de voor een kunstmuseum typische concentratie kan ook erg aangenaam zijn. Het betekent dat de bezoeker de wereld buiten verlaat (zich offline beweegt) en zich dan op zijn eigen ervaringen concentreert.

9. Wie is uw favoriete beeldend kunstenaar?
Nu zou ik allemaal onbekende kunstenaars moeten noemen. Ik vind kunstenaars interessant, die een eigen visuele taal hebben ontwikkeld. Gerhard Marcks is een bijzonder geval omdat ik me al sinds 1984 (studie in Nijmegen) met deze kunstenaar bezighoudt en nog steeds nieuwe aspecten aan zijn kunst ontdek. In de bijzondere taal van een kunstenaar moet je je verdiepen en dat kost tijd.

10. Heeft u ook wel eens een tentoonstelling met Nederlandse beeldend kunstenaars gehad en zo ja welke?
Vrij veel, de laatste Nederlandse kunstenaars die we presenteerden waren Karin Arink, Eveline van Duyl en Jan Ketelaar. Het aantal musea dat beeldhouwkunst presenteert is beperkt en daarmee zijn we ook voor Nederlandse kunstenaars interessant.

11. Welke tentoonstellingen zijn er in 2014?
Als grote tentoonstellingen: Charles Despiau (grootmeester van de Franse beeldhouwkunst rond 1930), Gerhart Schreiter (Kunst en samenleving jaren 50 en 60) en “Nach der Natur” (hedendaagse kunstenaars die het onderwerp natuur onderzoeken). Daarnaast verschillende kleine presentaties, van in dit jaar veelal figuratieve beeldhouwers (het afgelopen jaar was veel sterker abstract en ‚minimal‘).
Gerhard-Marcks-Haus
12. Wat vindt u de mooiste stad in Duitsland?

Mooi in de zin van een weekendje weg: Schwerin en Stralsund;
Mooi in de zin van echt heel bijzonder: Rotenburg o.T.;
Mooi in de zin van wonen: Bremen of Berlijn;
Mooi in de zin van hedendaagse kunst: Keulen (sinds een aantal jaren weer).
Mooi in de zin van oude kunst: Berlijn en Dresden.
Mooi in de zin van ‘Geheimtipp’: Erfurt en Naumburg.

13. Wat is uw advies voor een Nederlander die in Duitsland wil gaan wonen?
Het is vrij makkelijk: Eerst denk je ‘het is net Nederland’, dan ontdek je dat heel veel gebruiken net anders zijn en dan verbaas je je er alleen nog maar over. Na een aantal jaren ben je er dan dusdanig aan gewend, dat je het niet meer merkt. Tot je op bezoek in Nederland bent en denkt ‘hè, wat doen die hier vreemd’.

14. Wat is de leukste eigenschap volgens u van een Duitser?
Het lijkt niet ‘leuk’, maar het maakt het leven hier erg aangenaam: Ze nemen afspraken serieus en betrouwbaarheid is een hoog goed.

15. Welke Duitse gewoonte heeft u overgenomen en wilt u ook behouden als u weg zou gaan?
Handdruk.

16. Welke Duitse krant leest u en kunt u aanbevelen?
Frankfurter Allgemeine Zeitung (dagelijks) en Süddeutsche Zeitung (regelmatig). De andere kranten die ik vanwege mijn werk lees, zou ik niet zonder meer willen aanbevelen.

17. Welk Duits opinieblad leest u en waarom?
Die Zeit: Het enige tijdschrift dat de rijkdom van de hedendaagse Duitse cultuur en politiek (ten dele) afbeeldt.
Daarnaast soms Der Freitag: Goed geschreven polemisch tijdschrift.

18. Wat vindt u het leukste Duitse woord?
Fettnäpfchen

19. Wat vindt u het leukste Duitse spreekwoord of gezegde?
Nur tote Fische schwimmen mit dem Strom

20. Houdt u zichzelf op de hoogte van wat er in Nederland gaande is?
Enigszins. Mij interesseert vooral als er weer eens goed nagedacht wordt. Daarom is het ook moeilijk om alleen via het internet op de hoogte te blijven. Hoe genuanceerd in Nederland (en België natuurlijk) bijvoorbeeld over een spannend boek als David Van Reybroucks ‘Tegen verkiezingen’ wordt geoordeeld, krijg je amper mee als je hier alleen de koppen en slogans ziet.

21. Welk Nederlands product mist u het meeste?
De zogenaamde kwaliteitskranten uit de jaren tachtig.

22. Welk Nederlands product om te eten neemt u altijd mee naar Duitsland?
Lijkt me vrij duidelijk: ‘Erdnussbutter’.

23. En welk product uit Nederland mist u helemaal niet?
Vreemd genoeg de prachtige Nederlandse asperge. In onze regio wordt een andere soort verbouwd dan in Nederland en die heb ik erg leren waarderen (iets minder fijn, maar krachtiger qua smaak).

24. Heeft u het gevoel dat u bent veranderd nu u buitenlandse woon- en werkervaring heeft?
Ja, ik denk zelfs soms dat ik in Nederland niet meer zou kunnen aarden omdat ik een specifieke vorm van professionaliteit heb leren kennen (niet meer of minder dan in Nederland, maar anders) en me er ondertussen ook naar gedraag.

25. Voelt u zich thuis in Duitsland?
Ja.

En als ik Arie Hartog tot slot vraag waarom Nederlanders naar Bremen moeten reizen om zijn mooie Gerhard-Marcks-Haus te bezoeken antwoordt hij dat dit een mooi, klein museum is met tentoonstellingen over beeldhouwkunst op hoog niveau in een van de leukste steden van Duitsland.

Onderstaand beeld: Ausstellung Waldemar Grzimek und Gerhard Marcks. Kann mit Rodin antreten 2009
MarcksGrizmek-181208-IW1_0313